usa la cleta

usa la cleta

woensdag 27 januari 2016

Violeta

“Ik heb geen talent voor onderdanigheid” – deze beroemde uitspraak van Belle van Zuylen (Nederlandse schrijfster 1740-1805) komt spontaan bij me op als ik Violeta in een paar woorden zou moeten typeren. Ze komt uit Peru, maar woont met haar moeder Angélica en haar zoon Ariel in Argentinië. Dit is haar verhaal.


Thuis

In Lanús al Oeste, in de provincie Buenos Aires woont ze. Aan de arme zuidkant van de stad, waar toeristen en buitenstaanders niets te zoeken hebben. Of het moeten wat verdwaalde voetbalfanaten op bedevaart zijn, want in het ziekenhuis van Lanús zag in 1960 Diego Maradona het levenslicht. Verder is er niets wat Lanús mogelijkerwijs op de kaart zou kunnen zetten. Een gemiddeld provinciestadje dat tegen grote zus Buenos Aires aangeschurkt ligt. Krottenwijken, parkjes, laagbouw en treurige winkelstraten wisselen elkaar af. Het buurtcomité heeft de spandoeken met de beste wensen voor de feestdagen en het nieuwe jaar alvast laten hangen voor volgend jaar. Uithangborden en winkelgevels die moedig de tand des tijds hebben doorstaan, verkondigen hun door de felle zon gebleekte boodschappen uit lang vervlogen tijden. Als een geliefde lappenpop die te vaak gewassen is lijkt uiteindelijk alles dezelfde grauwe kleur te hebben. Hier woont ze omdat ze hier voor hetzelfde geld – of minder – een echt huis kan betalen, ze vertikken het om met z’n allen in een kamertje te hokken in het centrum. Het betekent verder reizen om in de stad te komen, maar ook een menswaardiger bestaan. Violeta heeft het er graag voor over. Ze houdt er sowieso niet van om er veel op uit te gaan, ze is het liefste thuis aan het werk.

Het huis lijkt op het eerste gezicht vooral erg onvoltooid – de bovenste verdieping oogt hol en ongastvrij en bestaat slechts uit kaal beton waar de wapening hier en daar uitsteekt. Als je door de lange donkere gang naar achter loopt kom je echter toch in een “echt”huis, na een binnenplaatsje waar de wasmachine staat, een woonkeuken met grote ronde tafel, 2 slaapkamers, een eenvoudige badkamer. Het is niet heel erg groot maar het is een thuis. Vanaf het binnenplaatsje bereik je met een trapje het naaiatelier van Violeta, waar ze gezeten tussen lapjes, ritsen, bandjes en klossen garen in alle kleuren van de regenboog, potten met gespen, nagels, metalen decoraties en merkjes, tassen naait. Terwijl we praten, werkt ze door, dat was de voorwaarde voor het houden van een interview. De opdrachtgevers zijn streng en ze kan het zich niet veroorloven te laat te leveren. Deze keer een order van 250 toilettasjes à 2,50 peso per stuk. Dagenlang achter de naaimachine, als het moet tot diep in de nacht, om 625 peso’s te verdienen (ongeveer 125 euro). En deze week voor het eerst alleen, zonder haar ex-vriend en compagnon Sergio. Ze heeft hem juist vorige week de deur uit gezet. Hij vertrok met 2 van de 4 naaimachines waarin ze samen geïnvesteerd hadden. “Best moeilijk” zegt Violeta met gevoel voor understatement terwijl ze voor de zoveelste keer de draad nat maakt, in de naald steekt en handig een volgend tasje in elkaar stikt.


Droom

Haar grootste droom is een eigen tassenlijn beginnen. Naaisters in dienst te nemen, zelf de touwtjes in handen hebben, de commerciële kant goed regelen en er een bloeiend familiebedrijf van maken. Helaas heeft haar zoon er nog geen oren naar. Voetballer worden, dat is alles wat hij - net als al zijn leeftijdgenoten - wil. Hij is 14, traint hard en doet het vooralsnog erg goed. Hij komt juist thuis als ons interview afgelopen is, een sportieve jonge knul met een leuk koppie. Hij heeft hard getraind en komt, zoals altijd, binnen met een rammelende maag. Het enige waar Violeta haar werk voor onderbreekt is zijn eten klaar maken, lekker even moederen over haar opgroeiende puber. De laatste keer dat ze zich echt gelukkig voelde, was de dag dat hij promotie maakte van de 9e naar de 8e divisie. Zijn droom heeft ze ook de hare gemaakt, zolang die droom maar telkens een stapje dichterbij de werkelijkheid komt is ze een gelukkig moeder. Zijn opvoeding is echter haar grootste dilemma. Ze loopt soms hele dagen te piekeren: of ze niet teveel eisen aan hem stelt, of juist te weinig; hoe ze kan zorgen dat hij slaagt in het leven; hoe ze hem kan geven wat ze zelf nooit gehad heeft in haar jeugd; of het wel goed is dat hij net als zij opgroeit zonder vader. Niet dat ze daarom zomaar een man in huis komt, daarvoor kent ze het klappen van de zweep inmiddels iets te goed. Hoe moeilijk beslissingen over haar gevoelsleven ook zijn, bij twijfel is het antwoord nee. Want voor twijfels heeft ze geen tijd. En mocht ze verliefd worden op iemand die Ariel en de plaats die hij in haar leven inneemt, niet voldoende erkent en accepteert, dan is de keuze gauw gemaakt.

Wat relaties betreft heeft Violeta uiteindelijk precies het leven gekregen dat ze in haar jeugd voor zich zag. Ze dacht nooit veel aan de toekomst, groeide niet op met een bepaald ideaal in haar hoofd. Als ze toch aan de toekomst dacht of erover droomde, dan zag ze zichzelf altijd alleen. Ze dacht niet aan trouwen, aan kinderen, een gezin. Ze stelde zich voor dat ze in alle rust zou werken als journaliste of advocaat. Wat haar carrière betreft liep het echter allemaal wat anders dan gepland…

Gelukkige jeugd

Als kind was ze gelukkig. Ze woonde samen met haar oma in Chepén, in het noorden van Peru. Als veelbelovende leerling ging ze graag naar school. Op haar 13e/14e was ze al klassenoudste, 2 jaar jonger dan gebruikelijk. Een beetje een rebelse meid was ze, en absoluut niet op haar mondje gevallen. Op school sprak ze vrijuit, ook tegen docenten, op het brutale af soms maar vaak ook om onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen. Toen aan één van haar docentes eens gevraagd werd of ze geen dochter zou willen, antwoordde ze ”de hemel beware me dat ze er zo uit komen als Howard (Violeta) want dan verdrink ik mezelf!” Naast haar school werkte ze voor een radioprogramma voor de lokale omroep, waar ze elke dag een dialoog met een andere doelgroep verzorgde. Zo was ze op jonge leeftijd al goed bezig voor een eventuele toekomstige carrière als journalist. Ze kreeg veel aanmoediging van familie en van de mensen in het dorp. Er waren altijd “flores para mi” zegt ze. Aan de andere kant moest ze echter leren leven met een vader die niet van haar hield, wie het niets kon schelen wat ze deed of hoe ze zich voelde. Een gelukkige jeugd, maar met gebreken.


Vader

Familierelaties zijn vaak erg ingewikkeld in Zuid-Amerika. Mannen hebben kinderen bij 2 à 3 verschillende vrouwen waarmee ze niet getrouwd zijn, en zo heeft iedereen halfbroertjes- en zusjes, extra ooms en tantes en familieleden die eigenlijk nauwelijks familie genoemd kunnen worden. Heel gezellig allemaal maar ook heel verwarrend. Zo noemde Violeta de oma bij wie ze in huis woonde tijdens haar jeugd “mama”, terwijl het niet eens haar echte oma was maar een oudtante (een tante van haar moeder). Angélica werd als klein kind door haar ouders meegenomen naar haar familie aan de kust. Ze werd zonder pardon achter gelaten bij haar ooms en keerde nooit terug naar haar geboorteplaats. Vanaf haar 12e werd ze misbruikt door één van haar neven (die toen een jaar of 30 was) en op haar 15e raakte ze zwanger van hem. Terwijl er van een officiële verbintenis nooit sprake zou kunnen zijn – hij was al getrouwd - werd Violeta geboren. Ze wist wel wie haar vader was maar groeide op zonder vaderfiguur in haar leven. Tijdens haar schooltijd was er in het dorp een man die haar af en toe vertelde dat hij haar vader ging bezoeken. Violeta gaf hem dan telkens brieven voor haar vader, brieven vol boosheid en verdriet en verwijten, over hoe slecht en onverantwoordelijk hij was en dat hij schuldig was aan hun aller ongeluk. Later begreep ze dat die man nooit echt naar Lima ging en dus haar vader nooit ontmoette. Ze vermoedt dat hij vond dat ze een uitlaatklep nodig had voor haar verdriet, dat hij haar op deze manier wilde helpen. Uiteindelijk heeft ze echter nooit meer aan hem kunnen vragen wat nou precies zijn beweegredenen waren.


Oma

Haar oma was dus moeder en vader tegelijkertijd. Samen woonden ze in een enorm huis aan de kust. Neefjes en nichtjes kwamen graag spelen in het grote spannende huis, maar Violeta hoopte altijd dat ze snel weer weg zouden gaan. In plaats van kabaal maken en verstoppertje spelen met z’n allen was ze liever rustig alleen thuis met oma. Veel van haar wijsheden heeft ze van haar geleerd: hoe je de mensen tegemoet treedt en dat zwijgen goud is. In Peru is de relatie met familie en grootouders ontzettend belangrijk, vooral de oudere generatie is de spil, de belangrijkste pijler van de familie. Verzinnen “wat we met oma doen”, wat we aan moeten met de oudere generatie, is iets wat Violeta niet begrijpt in de Argentijnse samenleving. De oudere generatie speelt een cruciale rol in de opvoeding van de kleintjes en is dus juist onmisbaar. Ze herinnert zich nog goed hoe ze eens 2 soles (Peruaanse munteenheid) stal onder uit de naaimachine, waar oma haar geld bewaarde. Die telde echter van dag tot dag precies uit wat ze te besteden had. Oma kwam normaal nooit naar school, dus Violeta begreep direct dat ze gesnapt was toen oma verscheen. Ze kon slechts bekennen dat zij de dief was geweest. Nog jarenlang moest ze bij alles wat zoek raakte haar oma’s beschuldigingen en beschimpingen verdragen, hoe vaak ze ook bezwoer onschuldig te zijn. Voor oma was ze de “ladrona”(dief) geworden. Iets stelen heeft ze nooit meer in haar hoofd durven halen. Oma hoopte dat Violeta bankbeambte zou worden, of liever nog: advocaat. Want, zei oma: “ze houdt nooit haar grote mond”. Haar lieve oma die-eigenlijk-geen-oma-was, overleed toen Violeta 15 was.


Moeder

De relatie met haar moeder was ingewikkeld. Als haar moeder om de paar dagen thuis was, kon ze maar aan één ding denken: “wanneer gaat ze alsjeblieft weer weg?” Angélica was erg streng, schreeuwde tegen haar en sloeg haar. Verplichtte haar soms ’s avonds laat nog huiswerk maken terwijl ze al niet meer kon. Ze was erg goed in volleybal maar mocht het niet meer spelen van haar moeder. Teveel zondigheid in korte rokjes. Naar het eindbal van de middelbare school mocht ze evenmin. Haar 15e verjaardag (voor vele Zuid-Amerikaanse meisjes net zo feestelijk en belangrijk als hun bruiloft) werd een vrome aangelegenheid met vrienden en bekenden van de kerk. Geen dansfeestje maar religieuze gezangen en gebed. Violeta zegt achteraf gezien alles te begrijpen, dat Angélica handelde in naam van haar religie en daadwerkelijk het beste met haar voor had. Alles, op één ding na: het volleybalverbod zal nooit en te nimmer op haar clementie kunnen rekenen.

Om haar moeder te plezieren ging ze studeren in Lima. Niet de door haarzelf ooit begeerde studie journalistiek, maar Informatica. Puur toevallig, omdat ze op een dag in Lima een foldertje in haar hand geduwd kreeg. Wat de toelatingseisen voor journalistiek waren is ze daarna nooit meer gaan verifiëren. Daar had ze geen tijd meer voor. Overdag werkte ze in een papierfabriek, ’s nachts moest er gestudeerd worden en soms ging ze stiekem uit dansen. Haar moeder werkte in die tijd bij een zeer invloedrijke familie en samen woonden ze bij hen in huis in een prachtige wijk van Lima. Violeta reed vaak met de heer des huizes, de broer van de toenmalige minister van Onderwijs van Peru, mee naar huis in zijn gepantserde wagen met kogelvrij glas en bodyguard. Ze kan zich nog goed de grote ogen van haar studiegenoten en haar eigen verrassing herinneren, toen ze voor de eerste keer van college werd opgehaald, en haar auto met chauffeur aangekondigd werden. Haar studie – hoe kon het ook anders – liet ze echter al gauw weer vallen.


Zakenvrouw in Peru

Via een tante kwam ze in de handel terecht. Levensmiddelen kopen en verkopen, en een beetje marge zien te maken. Ze deed haar best en behaalde resultaten. Een succesvolle rijstverkoper wilde met haar trouwen. “Sla je je vrouw” vroeg ze op een onbewaakt ogenblik. “Als ze niet doet wat ik zeg” was het antwoord. Er werd dus niet getrouwd. Haar volgende vriend hielp haar in de handel, al had hij het zakeninstinct van een vlo. Zijn ouders waren iets gewiekster en belazerden haar. Trots als ze is kon ze de schande niet verdragen tegenover haar familie en ze wilde weg. Ze benaderde de Amerikaanse ambassade, de Canadese, de Mexicaanse en de Braziliaanse. De eerste drie boden een te lange wachttijd voor een visum, ze wilde onmiddellijk vertrekken. Brazilië moest het worden. Ze had zelfs alle inentingen al gehaald maar bleef toch een beetje huiverachtig om naar Sao Paulo te vertrekken, met zijn criminaliteitsreputatie. Toen de taxichauffeur die haar naar het vliegveld bracht, Argentinië als mogelijkheid opperde, veranderde ze van gedachten. Een visum zou ze niet nodig hebben. En Spaans was toch gemakkelijker dan Portugees. Dus kocht ze een ticket bij Aerolineas Argentinas. “God paste op mij” zegt ze nu over die beslissing. Ze belde Angélica om een koffer te brengen met haar beste kleren. Haar moeder kwam met de koffer en volledig over haar toeren naar het vliegveld. Violeta gaf haar wat kalmeringsmiddelen maar vertrok evengoed dezelfde avond nog, samen met haar vriend. Zo kwam ze, min of meer toevallig, in Argentinië terecht. En nu zit ze hier, achter haar naaimachine in haar werkplaats in Lanús, en naait rustig door terwijl ik ontelbare vragen op haar afvuur.


12 ambachten 13 ongelukken

Eenmaal in Buenos Aires braken er zware tijden aan. Na een weekje strijken in een stomerij voor 20 peso’s per dag, werd ze direct ontslagen. In de schoenenfabriek, waar ze vervolgens zolen stanste voor 280 peso’s per maand, hield ze het wat langer vol. Met overuren erbij lukte het om ongeveer 500 peso’s verdienen. Na de huur van haar hotelkamer, om maar niet op straat te slapen, bleven er dan 100 peso’s over om van te eten. Een aanbieding voor een vast dienstverband sloeg ze af omdat de arbeidsvoorwaarden niet goed genoeg waren. In haar volgende baan, als schoonmaakster op een accountantskantoor, begon ze te beseffen wat het betekent om immigrant te zijn. De andere schoonmaaksters spraken niet met haar. Als zij gezamenlijk pauze namen, vroegen ze haar niet mee en ze lieten hun tassen nooit onbeheerd bij haar achter. Pas na een jaar kreeg ze wat aansluiting met de rest. Het accountantskantoor had veel valse BV’tjes, Violeta kon de schamele 150 peso’s die ze er per week verdiende, aanvullen met 250 peso’s extra in de maand, in ruil voor strikte geheimhouding en het gebruik van haar telefoonnummer. Ze moest dan wel altijd opnemen met de naam van het bedrijf in plaats van haar eigen naam, maar zo hoefde ze minder te werken en kon ze af en toe thuis blijven om voor haar zoontje te zorgen. Want inmiddels was ze dus toch zwanger geworden, ondanks alle goede voornemens om nooit met een man in zee te gaan. Ze had de vader van Ariel leren kennen in de tijd dat ze zich erg alleen voelde en depressief was. Hij woonde in hetzelfde hotel, was taxichauffeur en naar later bleek, ook gokverslaafde. In het begin was hij altijd heel lief tegen haar en ze voelde zich niet bij machte om nee tegen hem te zeggen. Later pas kwamen zijn problemen aan de oppervlakte, hij stal geld van haar, zodat ze soms geen melk kon kopen voor Ariel, of de huur betalen. Ook sloeg hij haar regelmatig en de ruzie liep zo hoog op dat ze een keer een blijf-van-mijn-lijfhuis gebeld heeft. Toch bleef ze volhouden, omdat ze Ariel niet mee zou kunnen nemen naar een opvanghuis en er was niemand anders die voor hem zou kunnen zorgen. Pas toen ze jaren later, geholpen door een vriendelijke werkgeefster, haar DNI (Argentijnse identiteitsbewijs/visum) had, voelde ze zich sterk genoeg om hem eindelijk het huis uit te schoppen, na 8 jaar huiselijk geweld. Het vriendelijke gezin verhuisde, Violeta kon niet mee en moest weer op zoek naar werk. Dat vond ze bij een bedrijf voor promotiematerialen. De eigenaresse zorgde ervoor dat ze voor het eerst in haar leven wit kon werken en maakte haar afdelingshoofd. Helaas was er nog een cheffin boven haar, die iedereen het leven zuur maakte. Violeta had intussen Sergio leren kennen en maakte plannen om zelf tasjes voor promotiematerialen te gaan maken. Van een Boliviaanse bekende leerde ze in een paar maanden het vak (onbetaald) en ze schaften een paar machines aan. Na de cheffin eens even flink de waarheid verteld te hebben pakte ze haar biezen. Onlangs belde een collega uit die tijd, die een zaak aangespannen had tegen de vrouw. Of Violeta wilde getuigen in ruil voor een deel van het smartegeld. Ze besloot niet mee te doen, voelde zich niet haatdragend genoeg om ouwe koeien uit de sloot te halen. Haar ex-collega kreeg 120.000 peso’s toegewezen van de rechter, voor de onomstootbaar aangetoonde en geleden psychische schade.

En zo kwam Violeta in haar eigen werkplaats annex naaiatelier terecht, waar ze voorlopig haar dagen zal slijten. De enige uitspatting die ze zichzelf toestaat is dromen van een bezoek aan Peru. Voor altijd terug gaan is niet haar bedoeling, maar een vakantie naar familie, vol herinneringen en nostalgie, daar spaart ze nu voor. Zolang Ariel nog niet volwassen is wil ze er echter voor hem zijn en voor hem zorgen. Soms schrijft ze gedichten over hem. Hij is nog zo jong en nog zo kwetsbaar. Hij moet leren zijn evenwichtigheid te bewaren, minder ongeduldig te zijn en niet altijd impulsief te reageren. Ze hoopt hem alles bij te brengen wat ze zelf geleerd heeft: te leven zonder angst, in de zekerheid dat ze onder alle omstandigheden (over)leven kan, altijd weer uit de as zal herrijzen hoe verzengend het leven ook is; dat met toewijding alles mogelijk is wat een mens mocht willen. Ze is onafhankelijk en trots. Ze is dan wel immigrante maar eentje die altijd met opgeheven hoofd de ander tegemoet treedt. Ze meet zich geen verontschuldigende houding aan, accepteert het niet als mindere behandeld te worden. Ze steekt haar mening nog steeds niet onder stoelen of banken. Belle van Zuylen zou trots geweest zijn…

"Violeta" schreef ik in 2011 voor Worldof30.org (een in 2011 opgericht internationaal platform waar vrouwen tussen de 26 en 36 jaar hun levensverhalen en -ervaringen konden delen).

vrijdag 7 augustus 2015

...y un cachito de cinta Scotch

Las temperaturas tan agradables de este invierno me hicieron extrañar a mi mosquitero. Lo que me obligó a ser inventiva porque se quedó con el anillo quebrado. Lo reparé astutamente con la funda de un cable de freno de bicicleta, y sí.... un cachito de cinta. Me hizo pensar en la letra de Ignacio Copani:


LO ATAMO CON ALAMBRE

En esta tierra santa nadie se espanta
si hay un ciclón
y no se toma a pecho si cae el techo
del comedor.
En esta tierra santa nunca nos falta
imaginación
para arreglar la pava y fijar la cama
con precisión.

Lo atamo con alambre... lo atamo,
lo atamo con alambre señor,
lo atamo con alambre,
con este hambre
no hay otra solución.

Cuando el colectivero apriete el freno
sin compasión,
te pide moneditas y encima grita
para el dofón.
Cuando el almacenero te de fideos
con mal sabor,
solo preguntaremos: si tiene huevos
deme esos dos.
Lo atamo con alambre lo atamo,
lo atamo con alambre... señor,
lo atamo con alambre
como un matambre
y que se pudra al sol.

Si por la deuda externa usted se enferma
de sarampión
y llega la enfermera con una enema
de boludol.
Si viene el fin del mundo en un segundo
por la explosión,
no te preocupes nena que aun nos queda una salvación.

Lo atamo con alambre lo atamo,
lo atamo con alambre señor,
lo atamo con alambre
y con un cachito
de cinta Scotch.

zaterdag 1 augustus 2015

Pappenheimers

Je woont al jaren in Buenos Aires, hebt enorme lappen vlees gegrild boven gloeiend houtskool, bent verslaafd geraakt aan dulce de leche, spreekt Spaans met een overtuigend accent, hebt teveel geld betaald voor tangoschoenen en ze ook nog eens versleten, bent bijna net zo gaucha als la reina en je vrienden vragen jou om de leukste plekjes van de stad. Kortom, als er een prijs zou bestaan voor de best geïntegreerde migrant zou je naam ergens bovenaan de nominaties prijken. Maar vroeg of laat besef je dat bepaalde karaktertrekjes van de Argentijnen een mysterie voor je zullen blijven…

Neem bijvoorbeeld hun onbegrijpelijke bioritme. Hoe zit het met hun nachtrust, als ze tegen elf uur ’s avonds nog eens uitgebreid gaan dineren? Beginnen ze daarna aan hun avondprogramma of gaan ze graag met een volle maag naar bed? Als de buurjongen met z’n vrienden op zevenhoog-achter keiharde muziek draait tot drie uur ’s nachts is er geen haan die er naar kraait. Heeft er niemand kleine kinderen die liggen te slapen? Of een wekker die de volgende dag om half zeven afgaat?

Een afspraak maken is een heikel avontuur met onzekere uitkomst. In jouw agenda staan datum en tijd gereserveerd, maar die eerste suggestie is als los drijfzand. Er moet nog gewikt en gewogen en bovenal bevestigd worden. Zonder een x aantal bevestigingen is er geen verplichting. Afzeggen bestaat niet, want nee zeggen is lastig, dus trek die zak chips maar open als je niets meer hoort, jij had geen plan B of C! Voelt de Argentijn zich schuldig? of gaat deze gewoon wat van dat slaapgebrek inhalen als andersom hem of haar hetzelfde overkomt?

Respect voor persoonlijke ruimte is een zeldzaam goed. Men laat elkaar nauwelijks passeren op straat, alsof de tegenligger lucht is. In de rij in de supermarkt staan regelmatig je nekharen overeind: probeert die man achter je te raden welk parfum je gebruikt? Gaat de rij sneller als we op elkaars hakken gaan staan? Wat meer menselijk contact valt toe te juichen, maar waarom werkt hier de sociale-ruimteradar niet?

De buienradar daarentegen slaat bovenmatig aan. Als het na een regenachtige dag eindelijk wat lijkt op te klaren, spring je opgelucht op de fiets om koffie te gaan drinken met een vriendin. Maar het regende dus ze slaapt een siësta van drie tot acht en rekent niet meer op jouw komst. Vertellen Argentijnse moeders hun kinderen dan niet “dat we niet van suiker zijn”?

Van al dat fietsen in de regen word je verkouden. Jij wijt het aan een Rhinovirusje in combinatie met een verlaagde weerstand, maar je Argentijnse vrienden of collega’s sturen je direct naar de dokter. Want waarschijnlijk is het Mexicaanse varkensgriep, en je moet ook zo snel mogelijk aan de antibiotica. Sinds wanneer helpen die tegen een virus??!

Voor elk pijntje naar de dokter, en om de gedachten op een rijtje te houden heeft een ieder zijn of haar psychotherapeut. Dat laatste is misschien juist wel begrijpelijk. Want het land is bankroet, de peso steeds minder waard, de armoede zichtbaar en de politiek om dol van te worden. Hoe houden de Argentijnen het hoofd koel? Hoe verdragen ze crisis na crisis en gaan ze gewoon door met het leven van alledag?

Je denkt dat je ze kent, je pappenheimers. Maar tegelijkertijd weet je dat ze eeuwig ondoorgrondelijk zullen blijven.


"Pappenheimers" schreef ik in oktober 2014 en verscheen in mijn column Mi Buenos Aires pequeño, in het Nederlandse tangotijdschrift La Cadena.

Gigengack in Argentinië

Ik heb een nieuwe persoonlijkheid leren kennen. Mevrouw Gigengack heet ze, door haar maakster Nelleke Noordervliet liefdevol afgekort tot "Gieg". Ze maakt de prachtigste avonturen mee op haar reizen en heeft daar hele rake beschouwingen bij. Uiteraard beviel het mij enorm haar impressie van Argentinië te lezen, van Ushuaia op Vuurland, en Buenos Aires. Omdat ze naar dezelfde tangosalon ging die mij inspireerde tot het schrijven van de column Rupsje NooitGoedGenoeg, bij deze een passage uit het boek Gigengacks Reizen (© Nelleke Noordervliet):

"Buenos Aires. Lekkere luchten. Gigengack is onmiddellijk verloren. Ze weet niet waarom. Zo mooi ligt de stad nu ook weer niet. Er zijn stinkende, kreupele wijken. De mensen zijn een mengsel van arm, ordinair en chic, maar alle varianten zijn net een tikkie opzichtiger dan bij ons, denkt Gieg. Misschien is dat het. De overdrijving. Ze herkent de vreugde ervan. Een brede avenida is drie keer zo breed als in Europa, gouden oorringen groter en blinkender, make-up extravaganter, begraafplaatsen levendiger.
....
Nu we het er toch over hebben: de tango is een van de redenen geweest voor Gieg om Argentinië te bezoeken. Ze ziet nog voor zich hoe haar ouders op familiefeesten tot op hoge leeftijd een demonstratie gaven van hun tangodanskunst op de klanken van Malando. Vader licht door de knieën, schouders steeds op gelijke hoogte, soepel glijdend, moeder zich voegend, af en toe het hoofd met korte felle rukjes naar links, naar rechts, een samenspel dat ze in de werkelijkheid buiten de dans zelden zo volmaakt toonden. In Argentinië ligt het geheim van de muziek waarop vader en moeder Gigengack weren aangesloten.
Ze wil de tango zien en beleven.
's Middags om een uur of vier begeeft ze zich in een losvallend zomerjurkje met zwierige rok (vestje bij zich voor als het koud wordt) naar Confitería Ideal, Suipacha 384. Het is een tearoom met spiegels en goud en houten tafeltjes en geklingklang van lepeltjes en kopjes en schoteltjes en geroezemoes van goedgeklede mensen. Ze gaat aan de verleiding van dulce de leche voorbij en bestijgt met kloppend hart de trap naar de eerste verdieping. Ze hoort de klanken al van de bandoneon in het hortende, asymmetrische ritme van de tango. Het is een ruime, hoge zaal. Het diffuse licht komt binnen door een glas-in-loodkoepel. Langs de wanden staan tafeltjes en stoeltjes waarlangs geroutineerde obers hun bladen loodsen. Het merendeel van de gasten is op de dansvloer. Snel neemt Gigengack een stoel bij een leeg tafeltje in beslag om eens rustig te gaan kijken. De gemiddelde leeftijd zweeft tussen de vijftig en de zeventig met met uitschieters naar onder en naar boven. De mannen - zonder uitzondering voorzien van strenge bijna adellijke hoofden met achterovergekamd haar - dragen overhemden met manchetknopen. Geen vrouw draagt een broek. Make-up is dramatisch. Er hangt een geur van een ouderwets parfum. Je Reviens van Worth, Shalimar van Guerlain. Haarolie. Zoet en zwaar. Iedereen heeft een uitermate serieuze uitdrukking op het gezicht, om niet te zeggen moroos. De hoofden hangen stil in de lucht, terwijl de benen ingewikkelde patronen tekenen op de houten vloer. Er is bij elk danspaar sprake van een intense, loerende verstandhouding. De muziek komt niet van een orkestje, maar uit een gewone geluidsinstallatie, die wordt bediend door een oude master of ceremonies annex tangoleraar."


enz enz (kan eenieder aanraden het boek te lezen! geniaal en erg grappig. Een eerste kennismaking met deze bijzondere dame: Mevrouw Gigengack - Verhalen).

Gieg gaat elke dag dansen in Ideal terwijl ze de stad ontdekt en over het leven in Argentinië filosofeert:

"... Hoe lang ik hier ook dans, denkt Gigengack, nooit zal ik weten hoe het is Argentijn te zijn. Ik kan over de weidse pampa's uitstaren wat ik wil, nooit vang ik de ziel."

En dat is precies de gedachte achter mijn column Pappenheimers, eind 2014 geschreven voor tangotijdschrift La Cadena. De twee Gigengack boekjes van Noordervliet tikte ik 4 juni op de kop tijdens de jaarlijkse boekenveiling van de Nederlandse Vereniging in Argentinië, waar ik als vrijwilliger aan meewerkte dit jaar. Na een avondje barvrouw spelen, erwtensoep en pannenkoeken verkopen, en meebieden voor de lol, bleek ik met deze twee juweeltjes thuis gekomen.

woensdag 29 juli 2015

Sagrada Família


Met het hart op de juiste plaats wil een mens zo nu en dan eens wat goeds doen voor de wereld. Niet een bloedeloos bedragje X overmaken op gironummer Y maar meer van hup! de handen uit de mouwen. Om niet in het zompige moeras van de nobele bedoelingen te blijven steken en de valkuil van het troosteloos fatalisme te omzeilen is het raadzaam op enigszins gecoördineerde wijze uiting te geven aan dat soort impulsen. En dus direct ja te zeggen als de gelegenheid zich voordoet op zomaar een zaterdag in te vallen als vrijwillige Bob-de-Bouwer. Niets mooiers dan met z’n allen iets nieuws te construeren en een gezin een dak boven het hoofd te geven. Met minimale middelen maar met vele handen en daardoor licht werk, bouwt Techo oftewel “Dak” huizen voor de minst bedeelden in dit continent.

Kennismaken met de wat onwennige familie geeft een hele nieuwe kijk op het concept gezinsplanning. Deze hoeksteen van de samenleving heeft een grillige structuur aangenomen, het is een hele toer om iedereen uit elkaar te houden. De moeder is van mijn leeftijd, met haar voel ik me het meest verbonden. Geen wonder dat ze blij is met onze komst, haar huisje puilt uit. Behalve een kleintje in dezelfde leeftijd als de twee peuters van haar dochter (voor wie wij het huis gaan bouwen), heeft ze nog vier zonen in de leeftijd van zes tot pakweg vierentwintig. De vader van het zoontje van zes is er, die van de rest zijn gaandeweg uit haar leven verdwenen. Vanwege ruzie met de vader van haar kindjes woont de dochter met één van hen bij moederlief. Voor de ander is simpelweg geen plaats - zij woont noodgedwongen nog bij de vader - elk hoekje en gaatje van hun armzalige onderkomen is bezet.

We werken fluks vijftien palen de grond in op het aangewezen veldje. We boren, graven, passen en meten. De meegebrachte palenboor doet goede dienst en het is er gelukkig niet rotsachtig. Wel slingert overal vuil rond, er lopen kippen met kuikentjes en een stuk of wat schurftige honden zoeken een droog plekje om te slapen. Bij het graven treffen we een groot mes, dat achteloos in de struiken gegooid wordt. Een kerfstok meer of minder, het zal wat in deze contreien. De legitimiteit van de gehele nederzetting valt te betwijfelen. Onze begeleidster van Techo is juriste en houdt zich met dat soort vraagstukken bezig, daarover hoeven wij vandaag ons hoofd niet te breken.

Het zetten van de laatste paal gaat met een kleine ceremonie gepaard. Iedereen die meegeholpen heeft werpt een steentje in het gat rond de paal, onder het uitspreken van goede wensen. Er klinkt hoop op een betere toekomst en veel dankbaarheid. We willen allemaal het allerbeste voor “onze” familie. Maar beseffen ons ook dat ze daar vooral zelf heel hard aan moeten werken, zodra wij huiswaarts zijn. Meer dan planken en palen, een handvol spijkers en een paar likken verf, is een thuis een fragiel bouwwerk van niet aflatende zorg en aandacht, van saamhorigheid, warmte en onmetelijke geborgenheid. Een immens bouwwerk dat nooit af raakt vooral, als ware het Gaudí’s Sagrada Família...

Er wordt flink op los getimmerd, aan het einde van de middag ligt de vloer en staan de muren. Natgeregend en koud drinken we een laatste mierzoete maté met de familie en nemen afscheid. De auto’s staan vastgezogen in de modder, al duwende vliegen de vette klodders ons om de oren. Thuis wachten hete douche, verwarming en wasmachine…. en vele gedachten aan wie we achterlaten in kou en regen.



- Wordt vervolgd -

dinsdag 21 juli 2015

Rupsje NooitGoedGenoeg

Stilstand is achteruitgang, krijgen we altijd te horen. ”Slechts vernieuwing kan behouden, achter raakt wie stil blijft staan” schreef Potgieter in de 19e eeuw. We moeten door en hogerop, innoveren, groeien, ontwikkelen en de top bereiken. Maar ergens onderaan een nieuwe ladder beginnen we met een eerste stap.

Mijn allereerste tangopassen zette ik in 2008 in Confitería Ideal, één van de meest traditionele tangolocaties in het centrum van Buenos Aires. Waar marmeren trappen naar een soort spiegelpaleis leidden, vol kristallen kroonluchters, en waar het oubollige meubilair en de geboende dansvloer een waas van vergane glorie ademden die perfect aansloot bij de vierkwartsmaat van een krakerig Orquesta Típica. Aan de entourage lag het dus niet, dat wij als hulpeloze wezens rondscharrelden op aanwijzingen van de tangojuf. Dat we, ons aan elkaar vastklampend, probeerden te lopen op de maat van de muziek zonder onze balans te verliezen, te omarmen zonder dat ons verhitte hoofd in de weg zat.

Na dit eerste wankele begin willen we meestal meer en willen we vooral mooier, zodat het er waarachtig uit gaat zien alsof we dansen. Al oefenend doorlopen we verschillende stadia van ontwikkeling, tot we ons ontpoppen tot een sierlijke tangovlinder*. Aanvankelijk zijn we allemaal identieke blunderende debutanten, terwijl je op de dansvloer de geavanceerde dansers in één oogopslag herkent aan hun eigen stijl en signatuur. Ergens in de loop van het proces weten we die te ontwikkelen, als we gaandeweg de taal van de tango leren spreken, de meest subtiele bewegingen onder de knie krijgen, onze muzikaliteit en ritmegevoel verbeteren, onze omhelzing perfectioneren en stoutmoedig leren improviseren.

Tot zover de theorie. Toegegeven, je kunt in een paar jaar het hoogste niveau bereiken, maar in de praktijk worden in de kweekvijver van de tango maar weinig toptalenten geboren. De rest, zoals ik, moet zijn stinkende best doen en blijft alsnog eeuwig in de middenmoot hangen. De weg naar de top is met passie geplaveid, met de juiste dosis ambitie, een snufje talent en karrenvrachten tijd en toewijding. Ik geloof oprecht in ons grenzeloos leervermogen – waar een wil is, is een weg – maar telkens als ik na een examenperiode boven kwam drijven in het sociale leven, en me eindelijk weer eens aan een tangoles waagde, stootte ik mijn neus aan de grenzen van mijn kunnen. Door gebrek aan tijd en prioriteit verviel ik in een eindeloze herhaling van fouten, figuren en frustraties. Tot ik besloot dat gewoon een beetje aanploeteren ook prima is, dat er dingen zijn die een mens niet per se perfect hoeft te kunnen in het leven. Waarschijnlijk schop ik het nooit verder op de dansvloer en schuilt er geen tangovlinder in dit rupsje nooitgoedgenoeg. De kern van deze bevrijdende gedachte is het besef dat ik desondanks ontzettend veel over mezelf ontdekt heb in mijn moeizame verkenning van de tango. Mijn pas op de plaats heeft me veel inzichten gebracht, ik ben gegroeid. Soms is stilstaan ook vooruitgaan...


* De wondere wereld van de Parasitologie staat momenteel op mijn studieprogramma, ik kon de verleiding niet weerstaan om de ontwikkeling van een insect als metafoor te gebruiken. De parallel doortrekkend – vergeef me als u dit oneerbiedig of onsmakelijk vindt – moet ik bekennen dat ik in de hulpeloos rondscharrelende wezens op de dansvloer een soort van tangolarven/-rupsjes zag…


"Rupsje NooitGoedGenoeg" schreef ik in september 2014 en verscheen in mijn column Mi Buenos Aires pequeño, in het Nederlandse tangotijdschrift La Cadena.

woensdag 15 juli 2015

Mi Buenos Aires no es tu Buenos Aires

I think Jantine knows better Buenos Aires and its people than many porteños*, which makes her a really good companion and tourist guide when being in Argentina!” schreef ene Agustin in september 2009 in zijn beste Engels op mijn CouchSurfing profiel. Een beetje voorbarig wellicht, sinds drie weken mocht ik mezelf porteña noemen en ik was nog druk doende mijn nieuwe leefomgeving te ontdekken. Met een groepje CouchSurfers, op weg naar een lunch in San Telmo, liep ik aan de rand van Plaza de Mayo mijn ex tegen het lijf. Dat maakt indruk in deze miljoenenstad. De ex bleek zelfs moeilijker te ontlopen dan gedacht. Waar hij woonde interesseerde me niet echt, maar tot mijn stomme verbazing bleek dat op drie cuadras** te zijn van mijn nieuwe kamer in Caballito. Ik twijfelde of ik in bovennatuurlijke krachten of voodoo zou gaan geloven…

Agustin, geboren en getogen porteño, drukte vooral bewondering uit voor het feit dat ik op plaatsen was geweest die in geen enkele reisgids voorkomen. Dankzij mijn ex had ik terra incognita mogen ontdekken en wijken betreden waar een verstandige expat noch de gemiddelde porteño zich waagt. Zoals cartografen volgens de legende dergelijke gebieden aanduidden met hic sunt dracones, lijken ze ook in het hoofd van de moderne mens door denkbeeldige draken of ander afschrikwekkend gebroed bevolkt te zijn en daarom te worden gemeden. Zelfs wat mijn centraal gelegen en alleraardigste publieksvriendelijke wijk Caballito betreft wordt me wel eens gevraagd of het “daar” niet gevaarlijk is.


Fascinerend hoe het construeren van een cognitieve plattegrond van onze geografische locatie een niet aflatend proces is, een almaar uitdijend universum van plaatsen en percepties. Zo bestaan er miljoenen versies van Buenos Aires, stralend middelpunt als we zijn van ons eigen persoonlijke sterrenstelsel. Als migrant neigen we te denken dat onze versie zo uniek is dat deze het waard is gedeeld te worden. Sommige versies verkopen zelfs heel aardig, getuige mijn ontelbare mede-migranten die een graantje mee weten te pikken van de toeristenbranche. Mijn favoriet in het huidige aanbod is van een Engelsman, die heel origineel zijn groepen per stadsbus naar de diverse bezienswaardigheden vervoert. Slim bedacht, want voor de leek is het nemen van de bus een heel avontuur. Bovendien rijden de stadslijnen dag en nacht en gebeurt er altijd wel iets onverwachts aan boord. Ik pas hetzelfde concept toe als ik expat-vrienden meeneem op stads-strooptocht. Uit en thuis met de bus, naar plaatsen waar ze nog nooit geweest zijn: succes gegarandeerd. We blijven wel binnen de grenzen van Capital Federal***; dat daarbuiten geen draken wonen kan niemand ons garanderen...

* inwoner van Buenos Aires
** blokken
*** de stad Buenos Aires - gelegen in de provincie Buenos Aires

"Mi Buenos Aires no es tu Buenos Aires" schreef ik in februari 2014 en verscheen in mijn column Mi Buenos Aires pequeño, in het tangotijdschrift La Cadena.